Winnaar verhalenwedstrijd

Tommy

Voortsnellende voetstappen achter me zwellen roffelend aan over de harde droge bodem, steeds dichterbij. Doorbreken de stilte in het veld. Ritmisch gehijg dringt mijn gehoor binnen, steeds een beetje zwaarder. Een zwarte gedaante flitst zo vlak langs me, dat een lichte windvlaag mijn blote benen streelt. De kop naar beneden gericht fladderen de oren aan weerskanten van het lijf tijdens iedere pas op. De tong hangt als een grote roze lap uit de linkerkant van de bek, ritmisch deinend speeksel in de rondte sproeiend. De stijve staart wipt ongecoördineerd op en neer. Een soort van kwispelen, waarbij de controle tijdelijk even ver te zoeken is.

Een plotselinge sliding-stop doet zijn achterpoten over de grasmat glijden. Tijdens het remmen zwenkt zijn logge lijf bruusk opzij. Change of plans. Met zijn neus in het hoge gras verdwijnend zigzagt hij vol overgave snuffelend naar de bron van de blijkbaar enorm interessante geur. Zo abrupt de geur hem triggerde, zo snel schiet ook zijn hoofd weer de lucht in om vervolgens vol gas zijn oorspronkelijke weg weer te vervolgen. Glimlachend zie ik het grote zwarte lijf tot een donkere vlek in de verte verdwijnen.

Ja. Daar moet ik nog een beetje aan wennen. Mijn eigen hond zal zich op een kleine uitzondering na altijd binnen een straal van 20 meter van me begeven, dit exemplaar spurt zodra de autodeur open gaat als een ongeleid projectiel in het kader van vrijheid!! blijheid!! bij je vandaan.

“Tommy! Tommyyyy??!!”

Eerst genoemde zinnen spelen zich vervolgens in tegenovergestelde richting nogmaals af, waarna hij even later zwaar hijgend voor me zit. Zijn lange tong praktisch omkrullend van inspanning. Speeksel welt op in zijn mondhoeken. De witte haren aan zijn lippen verraden dat de jaren inmiddels beginnen te tellen. Je zou zweren dat Jochem Myjer net zijn meest hilarische grap heeft verteld, zo vol blijheid kijkt ie naar me op. Met grote glimmers in zijn donkere ogen. Een combinatie van een kreun en een snurk ontsnapt uit zijn bek wanneer ik naar mijn broekzak reik. Hij kent het trucje inmiddels. Blijheid en een mix van zwaar verlangen in zijn blik. Je zou je haast gevleid voelen. Wanneer ik het vanuit mijn broekzak opgediepte stukje gedroogde kip naar voren steek volgt een ongecontroleerde greep naar mijn hand waarbij zijn hoektanden even mijn vingers omklemmen. Luid schrokkend verdwijnt het overduidelijk zeer smakelijke stukje vlees in zijn keelgat, terwijl ik met vertrokken gezicht de pijn uit mijn vingers probeer te schudden.

Meet Tommy! Onze ultra-blije vakantiegast. Een labrador welteverstaan..

Stalker numero twee. Alsof ik er al niet eentje had. Vol overgave stort ie zich op z’n nieuwe levensdoel. Wijkt nog geen tien meter van je af. (Ok, wandelingen niet inbegrepen..) Tijdens het uitmesten ploft ie in totale ontspanning pal naast je neer, het liefst op je voeten in plaats van ernaast. Lijkt zich van geen enkel gevaar bewust terwijl de vlijmscherpe tanden van de mestvork op slechts centimeters van hem oneffenheden uit het strobed verwijderen. Wanneer ik met volle kruiwagen gang zet richting de mesthoop snelt ie mee, geïnteresseerd snuffelend of er misschien nog wat van zijn gading bij zit.

Je kunt geen emmer met water vullen of hij staat paraat.  Reikhalzend verdwijnt zijn kop in de emmer, gulzig het frisse water naar binnen werkend. Dorst of geen dorst. Net een liter naar binnen gewerkt of al een tijdje niet, je een dankbare blik toewerpend gedraagt ie zich alsof je ‘m ternauwernood van een wisse uitdrogingsdood hebt gered.

Het beste moment van de dag is eigenlijk het opstrooien van de stallen. Vier stuks op dit moment. Stal voor stal gaat ie er eens goed voor liggen. Hoopt ie voor even onder een zo dik mogelijke laag strooisel te verdwijnen. Op de geluiden af te gaan herbergt de bewegende goudgele berg een tevreden kreunende rollende hond, maar zien doe ik het natuurlijk niet. Luid proestend ragfijne stukjes stro van zich af schuddend zet ie even later koers richting de volgende stal. Next!

Eén en al lof voor onze goed gemutste vakantiegast, maar wanneer ik de paarden naar de wei breng komt er als een duveltje uit een doosje een compleet onverwacht karaktertrekje boven drijven. Terwijl mijn paard tevreden grazend zich tegoed doet aan de groene grasmat schiet Tommy onder het draad door om als een malle luid blaffend de uitdaging aan te gaan. Luid protesterende geluiden van de tijdelijke baas compleet negerend doet ie serieuze uitvallen naar de slijmvliezen van mijn nieuwsgierige paard, die geschrokken als reactie minstens zo stoer al steigerend een uitval doet naar de veroorzaker van al de onrust. De ge-ijzerde hoeven blinken vervaarlijk op in de ochtendzon wanneer ik geschrokken in een reflex mijn handen naar mijn hoofd breng. Een laatste keer luid blaffend van zich afbijtend went de hond zich achteloos af, zowel mijn geschreeuw als de woeste reactie van mijn paard totaal negerend, om vervolgens met een spurt op zoek te gaan naar het bot die hij gisteren – ah, daar! –  had achtergelaten om zich daar vol overgave op te storten. Mij even later tersluiks een compleet onschuldige blik toewerpend.

In z’n top 5 all time favourites staat zeker weten ook ‘het vochtige gazon’. ‘s Avonds nog even een klein ommetje makend schiet ie full speed langs je heen het gazon op wanneer je de oprit op loopt. Verbaasd kijk ik dag in dag uit maar weer toe hoe ie met zijn toch iets te zware, inmiddels aan enige ouderdom onderhevige lijf zo’n snelheid weet te bereiken. Vervolgens vanuit het niets zijn voorpoten onder zich schuivend roetsjt ie verheerlijkende geluiden uitstotend, afwisselend glijdend op zijn linker- of rechterschouder over de frisgroene grasmat, onderwijl met zijn achterpoten onverminderd vaart houdend. Een hilarisch tafereel. Een stel uitgelaten tieners op een zeepbaan is er niets bij. Terwijl de gazonsproeiers luid tikkend rondjes draaiend het gazon bevochtigen geniet Tommy met volle teugen. Wanneer ie uiteindelijk heftig rollend zijn rug schurkend tot stilstand is gekomen en hij nét binnen het bereik van de sproeier besprenkeld wordt met wat dikke druppels, maakt ie zich geschrokken met de staart tussen de benen uit de voeten. Water is tof, maar graag gedoseerd a.u.b…

Wanneer we tijdens de verzengende hitte ‘s morgens vroeg naar de zwemplas even verderop gaan jakkert ie ogenschijnlijk full speed onverschrokken het water in, maar stiekem exact wetend tot hoe ver ie kan gaan. Tot halverwege zijn buik al snorkelend belletjes blazen in het water is helemaal zijn ding. Kalmpjes heen en weer wandelend door de plas is de snelheid er voor even helemaal uit. Terwijl mijn hond fanatiek het water in ploft om de achtervolging in te zetten achter het door mij gegooide speelgoed aan, staart hij ons bewegingloos tevreden hijgend aan. Achtergebleven vocht sijpelt druppelsgewijs vanuit zijn mondhoeken op de waterspiegel.

De hond die zich de hele dag vol overgave (daar hebben we dat woord weer..) overal in stort is in het water ineens een stuk gedoseerder. Je kunt het ook te gek maken natuurlijk.

Vocht stroomt glimmend in de stralen van de avondzon over het zwarte been, daar waar het water het been raakt als een fontein fijne druppeltjes rond spattend. Voorover gebogen staar ik zittend op een kruk bewegingsloos naar de akelige verdikking. Dat wat er niet hoort. Het leed dat blessure heet. In een gestaag tempo blijf ik de slang oeverloos heen en weer bewegen, minuut na minuut. Over de weken gerekend inmiddels úrenlang. De eindeloze stroom glinsterend water zacht kabbelend over de vloer van de wasplaats.

Luid gesnork doorbreekt de rust. Het paardenhoofd wat net nog in totale ontspanning naar beneden hing, draait zich verschrikt naar me toe. Grote ogen, gesperde neusgaten.

Opdringerig wringt een hoofd zich tussen de opening van mijn arm en buik. Duwend zijn plek opeisend. “Hey Tommy. Je laat ons schrikken jongen…” Met een dramatische blik kijkt ie met z’n grote zwarte ogen naar me op, blaast zwaar hijgend in mijn gezicht. Wroetend op zoek naar het fijnste plekje laat ie z’n zware kop onder een luide zucht zwaar in mijn schoot vallen. Ik druk een kus op zijn brede zwarte schedel, zie zijn ogen loom mijn bewegingen volgen terwijl ik verder ga met mijn bezigheden.

Lomp, druk en vrolijk. Maar voor héél eventjes past ie zich aan. Voelt mijn bedrukte stemming en verruild zijn immer stralende humeur voor even naar een serieuzere mood. Ik moet er van glimlachen. Echt. Het bestaat gewoon niet. Ook al doet ie nog zó z’n best en schikt ie zich naar de stemming van z’n (tijdelijke) baas; een labrador is vrolijk. En anders….. zorgt ie ervoor dat jíj weer vrolijk wordt!

 

– Marlies Eising