De invloeden van een castratie/sterilisatie op de huid en vacht

Een castratie of sterilisatie is een procedure die zowel in Nederland als in het buitenland vaak wordt uitgevoerd. Er zijn voordelen en nadelen aan deze ingreep verbonden met betrekking op zowel de gezondheid als de gedragingen van de hond. Hierover wordt veel geschreven in de literatuur. Er is nog weinig bekend wat de invloeden hiervan zijn op de huid en de vacht. Graag willen wij deze aan u voorleggen.

Het verschil van een castratie/sterilisatie

Allereerst is het belangrijk om te weten wat nu precies het verschil is tussen een castratie en een sterilisatie bij honden. Castraties en sterilisaties kunnen zowel bij reuen en bij teven worden uitgevoerd. Tijdens een castratie worden de zaadballen bij een reu en de eierstokken bij een teef volledig uit het lichaam verwijderd. Tijdens een sterilisatie worden de zaadleiders bij een reu en de eileiders bij een teef onderbroken. De geslachtsorganen worden hierbij dus niet uit de lichamen verwijderd. Beide behandelingen zorgen er uiteindelijk wel voor dat de hond onvruchtbaar wordt. bron 1

Dierenartsen voeren bijna altijd een castratie uit en zelden een sterilisatie. Dit komt, omdat naast het onvruchtbaar maken van de hond de meeste mensen graag willen dat de invloed van geslachtshormonen ook wordt gestopt waar deze geslachtshormonen een nadelig effect kunnen hebben op zowel de gezondheid als op sommige gedragingen. Reden voor een castratie en dus ook het remmen van de geslachtshormonen kan bijvoorbeeld zijn om het agressieve of hyper seksuele gedrag te stoppen. Andere redenen kunnen zijn om gezondheidsproblemen te voorkomen als melkklier- en testikeltumoren. Bij een sterilisatie zal de productie en de werking van de geslachtshormonen onveranderd blijven . bron 1

Geslachtshormonen

Geslachtshormonen zijn van belang voor de ontwikkeling en instandhouding van de geslachtskenmerken en voor het functioneren van de geslachtsorganen. Bij de teef zijn de oestrogenen en progesteron belangrijke geslachtshormonen en bij de reu is testosteron een belangrijke geslachtshormoon. Testosteron komt in lagere concentraties ook voor bij teven. bron 2
Op het moment dat er een castratie heeft plaatsgevonden, zal de productie van deze hormonen aanzienlijk geremd worden en dalen zowel de oestrogenen als de testosteron sterk bij zowel de teven als reuen omdat de productie vanuit de eierstokken en zaadballen volledig wegvalt. bron 3

Jonge leeftijd castreren

Veel mensen kiezen er voor om op jonge leeftijd de hond te laten castreren. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat de kans op kwaadaardige melkkliertumoren bij volwassen teven die gecastreerd zijn voor de eerste loopsheid tot 0,5 % is gereduceerd. Bij castratie na de eerste loopsheid is deze kans al 8 % en wanneer de castratie plaatsvindt na de tweede loopsheid of wanneer er helemaal geen castratie plaatsvindt dan is de kans op kwaadaardige tumoren al gestegen naar 25 – 26 %. Dit zegt overigens niets over de kans op melkkliertumoren in het algemeen. Bron 3,4,5

Daarentegen kan castreren op hele vroege leeftijd (< 6 maanden oud), ten aanzien van de ontwikkeling van geslachtshormonen, ook negatieve gevolgen hebben wanneer de geslachtshormonen nog niet volledig ontwikkeld zijn. De pubertijd van honden start ongeveer vanaf 6 maanden en eindigt ongeveer bij 14 maanden oud, afhankelijk van de verschillende rassen. Dit is dus ook de periode dat een teef voor het eerst loops wordt. In deze tijd vindt er een sterke toename plaats van de al eerder genoemde geslachtshormonen. Als honden vóór deze periode gecastreerd worden, dan kan de hond niet volledig volwassen worden in zowel gedrag als lichaam, de beenderen van de hond kunnen niet volledig ontwikkelen. Ook is de kans op bijvoorbeeld botkanker groter en is de kans op urineweginfecties groter. Bovendien kan het wegvallen van deze hormonen ook een effect hebben op de huid en vacht van de hond. Dit geldt overigens ook voor castratie na 6 maanden oud. bron 1,3,4,6

Een goede hormoonhuishouding

Een goede hormoonhuishouding bepaald voor een groot deel hoe de vacht en de huid van uw hond eruit ziet. De geslachtshormonen hebben namelijk ook invloed op verschillende huidaspecten, zoals de dikte van je huid, de talgproductie, de pigmentatie, de doorbloeding en de algehele conditie. bron 7

Bij een tekort aan het mannelijke hormoon testosteron verandert de productie van het haar. Testosteron zorgt voor de aanmaak van de vacht. Wanneer de testosteron daalt, zal er een verandering optreden in de vacht van de hond. Aangezien teven ook testosteron hebben zal vachtverandering ook plaatsvinden bij teven. Honden die gecastreerd zijn, zullen mogelijk vaker ruiperiodes hebben ten opzichte van niet gecastreerde reuen, mogelijk zelfs het hele jaar door. Ook is de kans op juist helemaal geen verharing meer met alle gevolgen van dien. De kwaliteit van de vacht zal ook minder worden. De vacht kan doffer worden, vetter en eerder vervilten. bron 6 Bij de trimsalon wordt de naam castratievacht dan ook regelmatig gebruikt.

De impact van castratie op het immuunsysteem

Het gedeelte wat nog niet volledig onderzocht is, is de impact van castratie op het immuunsysteem en het vermogen ervan ziekten te bestrijden. Aandoeningen die jeuk, schilfers, kale plekken, hotspots en roodheid als symptoom kunnen hebben. Zoals u wellicht weet zijn het reproductieve systeem en het immuunsysteem sterk afhankelijk van elkaar. Nieuwe artikelen uit 2016; ‘Gonadectomy effects on the risk of immune disorders in the dog’, laten zien dat gecastreerde honden een verhoogde kans hebben op het krijgen van ziekten als atopische dermatitis (ATOP), maar ook andere ziektes die secundair huidproblemen kunnen veroorzaken als hypoadrenocorticisme (ADD ‘’ziekte van Addinson’’) hypothyreoïdie (HYPO ‘’traag werkende schildklier’’) en inflammatoire darmziekte (IBD) in vergelijking met niet gecastreerde honden. bron 9

Kortom de hormoonhuishouding verandert na een castratie en dit kan mogelijke gevolgen hebben voor de vacht. bron 10 Er zijn voor- en tegen argumenten om een hond te laten castreren. Belangrijk is om alle aspecten, inclusief de invloeden op de huid en vacht mee te nemen in de keuze voor een castratie van uw hond.

Vragen?

Heeft u vragen of wilt u graag meer tips voor het behandelen van uw hond die ontlasting eet? Neem dan contact op met een van onze voedingsspecialisten. Zij kunnen samen met u specifiek op het probleem van uw hond ingaan. Wij zijn telefonisch te bereiken via 0548-619977 en via het mailadres info@farmfood.nl.

 

Bronnen

1. Reichler I. M., 2009, Gonadectomy in cats and dogs: a review of risks and benefits, Reproduction in Domestic Animals, Volume 44, Issue 2, Pages 29 – 35
2. Zwida K., Kutzler M.A., 2016, Non-Reproductive Long-Term Health Complications of Gonad Removal in Dogs as Well as Possible Causal Relationships with Post-Gonadectomy Elevated Luteinizing Hormone (LH) Concentrations, Journal of Etiology and Animal Health, Volume 1, Issue, Pages 1 – 11
3. Salmeri K.R., Bloomberg M.S., Scruggs S.L., Shille V., 1991, Gonadectomy in immature dogs: effects on skeletal, physical, and behavioral development, Journal of the American Veterinary Medical Association, Volume 198, Issue 7, Pages 1193 – 1203
4. Roo M.V., Kustritz D.V.M., 2007, Determining the optimal age for gonadectomy of dogs and cat, Journal of the American Veterinary Medical Association, Volume 231, Issue 11, Pages 1665 – 1675
5. Schneider R., Dorn C.R., Taylor D.O., 1969, Factors influencing canine mammary cancer development and postsurgical survival, Journal of the National Cancer Institute Volume 43, Pages 1249 – 1261
6. Howe L.M., Slater M.R., Boothe H.W., Hobson P., Holcom J.L., Spann A.C., 2001, Long-term outcome of gonadectomy performed at an early age or traditional age in dogs, Journal of the American Veterinary Medical Association, Volume 218, Issue 2, Pages 217 – 221
7. Schmeitzel L.P., 1990, Sex Hormone-Related and Growth Hormone-Related Alopecia, Veterinary Clinics of North America: Small Animal Practice, Volume 20, Issue 6, Pages 1579 -1601
8. Post K., 1982, Effects of Human Chorionic Gonadotrophin and Castration on Plasma Gonadal Steroid Hormones of the Dog, the Canadian Veterinary Journal, Volume 23, Issue 3, Pages 98 – 101
9. Sundburg C.R., Belanger J.M., Bannasch D.L., Thomas R. Famula T.R., Oberbauer A.M., 2016, Gonadectomy effects on the risk of immune disorders in the dog: a retrospective study,
BMC Veterinary Research, Volume 12, Article number 278
10. Reichler I.M., Welle M., Eckrich C., Sattler U., Barth A., Hubler M., Nett-Mettler C.S., Jöchle W., Arnold S., 2008, Spaying-induced coat changes: the role of gonadotropins, GnRH and GnRH treatment on the hair cycle of female dogs, Veterinary Dermatology, Volume 19, 77-87444