Voeding en gedrag

Een "zoektocht" in praktijk en literatuur.

Van verschillende kanten komen er steeds meer signalen dat niet alleen bij mensen, maar ook bij honden de dagelijkse voeding o.a. van invloed is op hun gedrag. Heel vaak horen we, dat na verandering of aanpassing van de voeding de honden veel stabieler, vrolijker en gelijkmatiger van gedrag worden. Ook van gedragstherapeuten krijgen we steeds meer meldingen dat na verandering van voeding "het opeens veel beter gaat". Dat dit geen toeval is, wil ik trachten duidelijk te maken door een aantal "voedingsfeiten" in willekeurige volgorde de revue te laten passeren.

Overbelasting van de lever

Geen enkel orgaan is zo veelzijdig als de lever. Meer dan 500 processen worden gelijktijdig uitgevoerd. Naast de vele levensbelangrijke functies is het ontgiften van het lichaam misschien wel het allerbelangrijkste proces.

Vrijwel alle stoffen die door de darmwand in het bloed zijn opgenomen, komen uiteindelijk in de lever terecht. De lever slaat gunstige stoffen op of bewerkt ze en maakt giftige en overbodige stoffen onschadelijk. Wanneer via de dagelijkse voeding (te)veel "giftige" en overbodige stoffen worden opgenomen, wordt de lever voortdurend teveel belast met deze ontgiftingsfunctie en daarmee dreigen andere processen in het gedrang te komen.

Omdat ook de andere processen van levensbelang zijn kan het gebeuren dat er zo een permanente situatie ontstaat van "teveel gifstoffen in het bloed" die "hoofdpijn" veroorzaakt bij de hond (ook honden hebben er vaak "een zwaar hoofd in" omdat ze "teveel op hun lever hebben").

Overbelasting van de lever kan worden veroorzaakt door o.a.:

  • Teveel lichaamsvreemde stoffen in het voer zoals bijvoorbeeld chemische antioxydanten, kleur- geur- en smaakstoffen, maar ook polymeren en vrije vetzuren (ontstaan door te sterke verhitting van vetten). Al deze stoffen moeten door de lever onschadelijk worden gemaakt.
  • In verhouding tot de energie teveel eiwit in het voer. Het overtollige eiwit wordt in de lever afgebroken en omgezet in energie. De vrijgekomen stikstof wordt, via het bloed, in de vorm van ureum naar de nieren getransporteerd.

Het ontbreken of niet beschikbaar zijn van essentiële stoffen

Onze indruk is, dat vaak tengevolge van het productieproces essentiële stoffen in de voeding verloren gaan en/of niet meer voldoende beschikbaar blijven. Dit is naar onze mening, naast de overbelasting van de lever, een niet te verwaarlozen factor m.b.t. gedrag. Bij de huidige, meest toegepaste productiemethode van hondenvoeding, het expanderen of extruderen, loopt de temperatuur op tot boven de 150 °C.

Om een voorbeeld te geven; vele van de vitaminen van het B-complex zijn , naast licht- en/of luchtgevoelig, vooral hittegevoelig. En juist een aantal van deze B-vitaminen zijn van belang m.b.t. gedrag.

Vitaminen

Vitamine B-1 (thiamine)
Thiamine speelt een rol bij de zenuwprikkeloverdracht, de juiste spiercoördinatie en het in stand houden van het perifere zenuwstelsel.

De relatie tussen vitamine B-1 en gedrag uit zich vooral in de gedragsfactoren die we kennen als prikkelbaarheid en rusteloosheid. Zelfs marginale tekorten vitamine B-1 geven bijvoorbeeld bij kinderen snel een significant verhoogde prikkelbaarheid en onrust te zien.

Vitamine B-3 (niacine/nicotinezuur)
Naast problemen met de spijsvertering en huidproblemen geeft een licht tekort mogelijk al aanleiding tot angstig gedrag (bij kinderen angst en depressies)

Vitamine B-5 (pantotheenzuur)
Pantotheenzuur bevordert, naast een normale groei, een gezond zenuwstelsel. Het is nodig bij de omzetting van choline in acetylcholine dat van belang is voor de hersenfuncties.

Een tekort leidt tot meer stressgevoeligheid en snellere (geestelijke) vermoeidheid. Ook komt bij een tekort de "reparatie" van niet goed gedeelde cellen in gedrang

Vitamine B-6 (pyridoxine)
Pyridoxine is onontbeerlijk voor een goed functionerende stofwisseling (o.a. lever ). Het speelt een cruciale rol in de vorming van serotonine en daarmee in een goed functioneren van zowel hersenen als het zenuwstelsel. Een grote rol hierin speelt het noodzakelijke evenwicht tussen de beide hersenhelften (bij geen evenwicht kan epilepsie optreden).

Een tekort kan leiden tot allerlei psychische klachten. Belangrijk om te weten is dat pyridoxine (B-6) van alle B-vitamines de meest hittegevoelige is. Het gaat reeds bij 85-90 °C verloren.

Vitamine B-12 (Cobalamine)
Cobalamine is cruciaal voor een gezond zenuwstelsel. Tekorten kunnen leiden tot hersenbeschadiging en zenuwstoornissen. Wanneer het (gevoelige) B-6 onvoldoende aanwezig is, is ook de opname van B-12 verstoord.

Mineralen en sporenelementen

Naast vitamines van het B-complex zijn vooral ook enkele mineralen en sporenelementen van invloed op het gedrag. De 2 belangrijkste zijn:

Magnesium
Hoewel in de huidige voeding meestal voldoende magnesium aanwezig is, komt een tekort toch meer voor dan algemeen wordt aangenomen. Magnesium is een uiterst moeilijk mineraal voor de darmen. Zelfs bij een licht verstoorde darmflora is de opname van magnesium direct in het geding. Omdat 98% van de magnesium zich bevindt in de spieren en maar 2% in het bloed, is een tekort zeer moeilijk aantoonbaar. Een zogenaamde "diagnostische" voerverandering geeft het beste resultaat om er achter te komen of magnesiumtekort mede een rol speelt in het (wan)gedrag van de hond.

Naast "krampachtigheid" is "wantrouwen" één van de belangrijkste gevolgen van een magnesiumtekort in het lichaam. De hond is door het tekort dermate "verkrampt" dat hij of zij onvoldoende in staat is om te luisteren en te reageren op de omgeving. Ook treedt vaak nervositeit op en wordt het gedrag in veel gevallen "onvoorspelbaar".

Mangaan
Mangaan is een essentieel sporenelement dat noodzakelijk is voor een normaal functioneren van de hersenen. Het speelt o.a. een rol bij het activeren van enzymen die nodig zijn voor de juiste verwerking in het lichaam van o.a. vitamine B-1 (zie boven). Net als voor magnesium geldt ook voor mangaan dat een goede, evenwichtige darmflora noodzakelijk is voor de opname ervan in het lichaam. Mangaan is belangrijk voor de vorming van thyroxine, het belangrijkste hormoon dat door de schildklier wordt geproduceerd. Omdat mangaan o.a. een grote invloed heeft op de spierreflexen, uit zich een tekort vaak in apatie, lusteloosheid, traag reageren en moeheid.

Conclusie

Hoewel er veel verschillende factoren zijn die het gedrag beïnvloeden, heb ik getracht enkele "voedingsinvloeden" op het gedrag in beeld te brengen. Naast het feit, dat meerdere stoffen "onwerkzaam" worden tijdens het productieproces, zien en ervaren we ook steeds meer dat er in het lichaam tekorten optreden doordat de darmflora in een matige tot slechte conditie verkeert. Ook in wetenschappelijke artikelen leest men steeds vaker dat een goede, brede, evenwichtige darmflora van essentieel belang is voor opname van de diverse stoffen.

Ook het feit dat steeds meer "lichtverteerbaar" (niet te verwarren met hoog verteerbaar) voer wordt aangeboden, speelt, m.b.t. de benodigde goede darmflora, mijns inziens een negatieve rol. De darm wordt "lui", wat niets anders betekent dan dat er maar weinig darmflora nodig is om dit lichtverteerbare voer te verteren.

Bovendien zien we ook dat door de hoge hitte van het expandatieproces veel waardevolle, levensbelangrijke stoffen verloren gaan en/of onwerkzaam worden. Het naderhand sprayen van vitamines, waaronder van het B-complex, op de brokjes heeft te weinig effect, daar de meeste B-vitamines naast hittegevoelig ook licht- en/of luchtgevoelig zijn.

Om naast een goede algemene gezondheid ook een goede "geestelijke" gezondheid te bewerkstelligen volgen hierbij enkele welgemeende adviezen:

  • Zorg voor een goede, brede, evenwichtige darmflora.
    Dit is de basis van alle, dus ook geestelijke, gezondheid. Hoe u dit moet doen, is te lezen in het artikel "Darmflora stimulering d.m.v. de Farm-Food methode".
  • Geef een voer dat zo min mogelijk chemische stoffen bevat, dit om de lever te ontlasten.
    (De Farm Food producten bevatten geen chemische stoffen)
  • Geef geen voer dat een hogere eiwitfractie (percentage energie uit eiwit van de totale energie) heeft dan 25%. Dit geldt ook voor pups en jonge honden en dient eveneens om de lever te ontlasten.
  • Geef een goede geperste brok zoals Farm Food HE. Omdat de temperatuur tijdens het persen nooit hoger wordt dan ca. 75 °C (dit in tegenstelling tot extruderen/expanderen), bent u er zeker van dat alle noodzakelijke stoffen in het voer onbeschadigd aanwezig zijn gebleven.
  • Pas bij twijfel een "diagnostische" positieve voerverandering toe en bespreek dit zowel vooraf als achteraf met uw instructeur/instructrice (voor zover u een cursus volgt bij een hondenschool) of met uw honden-gedragstherapeut.
  • Houdt de ontlasting van uw hond in de gaten. Een weke, lichtgekleurde ontlasting duidt vaak op en gaat meestal samen met een matige/slechte darmflora. Goede ontlasting is "opraapbaar"en donker van kleur.

Farm Food HE is uiteraard voor 100% op deze filosofie gebaseerd.

Darmflora opbouw bij honden >>
Hoe stapt u correct over op Farm Food >>
Welke eisen worden er aan een goed hondenvoer gesteld? >>

Farm Food HE: zuivere, geperste hondenvoeding >>