Koolhydraten in Hondenvoeding

Met grote regelmaat wordt er nogal negatief geschreven over alle soorten koolhydraat bronnen (vooral tarwe en mais) in hondenvoeding. Zijn deze uitspraken terecht of zijn de opmerkingen door herhaling een eigen leven gaan leiden? Of zijn ze, in oorsprong, ontstaan omwille van marketing of promotie en proberen de bedenkers hiervan de lezers op een dwaalspoor te zetten?

Oorspronkelijke voeding

De voeding van de voorouders van onze honden, de wolven, was zeer divers. Deze varieerde van gevangen planteneters, kleine knaagdieren, kadavers, uitwerpselen (ontlasting van grazers, zoals paarden) en dergelijke, in feite allemaal voedingsstoffen afkomstig van planten- en zaadeters. Deze zaden zijn hoofdzakelijk afkomstig van de diverse grassen. De verzamelnaam voor deze (gras) zaden is: graan. (nl.wikipedia.org/wiki/Graan). Het is een algemeen bekend feit dat wolven, zodra ze een grote grazer hebben gedood, als eerste de buikinhoud, inclusief de voorverteerde planten en zaden, opeten. Wanneer ze bijvoorbeeld een muis of een lemming vangen, wordt deze ook in zijn geheel opgegeten, inclusief maag- en darminhoud. In feite komt het erop neer dat een gedeelte van de voeding bestond/bestaat uit koolhydraten (de voorverteerde planten en zaden). Koolhydraten zijn, net als eiwitten en vetten, essentieel in de voeding van wolven en dus ook in de voeding van onze honden.

Doordat de voorouders van onze honden steeds vaker voedsel zochten bij de nederzettingen van mensen (rondtrekkende nomaden en jager-verzamelaars), pasten zij zich geleidelijk aan naar een voedingspatroon van meer zetmeel en minder vlees.

Recent genenonderzoek heeft aangetoond dat er verschillen zijn voor wat betreft zetmeelvertering tussen wolven (Canis Lupus) en honden (Canis lupus familiaris). Dit genenonderzoek is beschreven in het blad 'Nature' op 23 Januari 2013 met als titel: “The genomic signature of dog domestication reveals adaptation to a starch-rich diet”.

Tijdens de domesticatie is het verteringssysteem van de voorouders van de honden langzaam steeds meer aangepast aan de vertering van zetmeel; omdat zij, net als de mensen, vaak tevreden moesten zijn met vooral brood en pap. Zaden waren voor de mens tenminste makkelijk te bewaren. Dus ook een groot gedeelte van de voeding van de eerste honden bestond uit koolhydraten uit zaden.

Koolhydraten worden omgezet in glucose dat nodig is voor de lichaamsfuncties van de hond. Het is voor dragende en zogende teven zelfs van essentieel belang dat de voeding voorziet in een bepaald gehalte aan koolhydraten. Als de teef te weinig koolhydraten krijgt tijdens de dracht en lactatie is de overlevingskans van pasgeboren pups gering. Uit het bovenstaande blijkt dat van oudsher zaden (lees: granen) een wezenlijk onderdeel vormen in de voeding van wolven en nog meer in de voeding van de voorouders van onze honden.

Maar waarom zijn sommige mensen dan zo negatief over granen in hondenvoeding?

In het voorgaande wordt steeds gesproken over "voorverteerde planten en zaden". Wanneer het zetmeel in de zaden (granen) niet voldoende is voorverteerd, zijn de koolhydraten onvoldoende bereikbaar voor verdere vertering in de dunne darm (vanwege het korte darmkanaal van de hond) en belanden dan in rauwe vorm (als zetmeel) in de dikke darm. Hier vindt dan vergisting plaats met gasvorming en diarree tot gevolg. In de natuur zijn de zaden reeds voorverteerd door de enzymen en bacteriën in het spijsverteringskanaal (maag en darmen) van het prooidier.

Bij het gebruik in hondenvoeding moeten de rauwe granen (en andere zetmeelhoudende producten zoals wortels en knollen) dus worden "voorverteerd", met andere woorden: het zetmeel moet worden "opengebroken" zodat de koolhydraten bereikbaar zijn voor verdere vertering in de darm van de hond. Zelfs voor mensen, waarvan de darmlengte in verhouding 7 keer langer is, zijn rauwe granen, wortels en knollen (bijvoorbeeld aardappelen) niet tot nauwelijks verteerbaar en leiden tot gasvorming, darmkrampen en dunne ontlasting. Dit "openbreken", oftewel "ontsluiten", van het zetmeel gebeurt wanneer het product gedurende een bepaalde tijd wordt verhit (koken).

Omdat dit ontsluiten, vooral bij extruderen (krokante brokjes die op water blijven drijven), nogal eens onvoldoende is, omdat de duur van de verhitting te kort is, ontstaan hierdoor vaak verteringsproblemen met darmproblemen tot gevolg. Vanwege deze problemen is men al gauw geneigd om elke voeding die granen bevat over één kam te scheren. Echter, wanneer de granen (rijst, mais, tarwe en dergelijke) vooraf goed worden ontsloten zijn het waardevolle leveranciers van essentiële voedingsstoffen.

Een ander punt waarom nogal eens negatief over granen wordt gesproken is het optreden van een glutenallergie. Glutenallergie (Coeliakie)  kan alleen worden veroorzaakt door granen die de stof gliadine bevatten, bijvoorbeeld tarwe, maar komt bij honden veel minder vaak voor dan de volksmond wil doen geloven.

Heel vaak worden de bovenomschreven darmproblemen ten gevolge van het onvolledig ontsloten zijn van de granen aangemerkt als "glutenallergie". Mais en rijst bevatten geen gliadine.

Samenvattend kan gesteld worden dat:

  • Granen (zaden) van nature een onderdeel zijn van de voeding van wolven, de voorouders van honden.
  • Onderzoek (eind 2012, begin 2013) heeft aangetoond dat het verteringssysteem van de voorouders van onze honden zich tijdens de domesticatie heeft aangepast naar een voedingspatroon van meer zetmeel en minder vlees.
  • Honden koolhydraten nodig hebben.
  • Graan (in alle soorten) een uitstekende bron van koolhydraten is.
  • Het graan wel volledig ontsloten moet zijn omdat anders problemen zijn voorgeprogrammeerd.
  • Farm Food alleen vooraf goed ontsloten granen (mais, tarwe en rijst) gebruikt.
  • Mais en rijst geen gliadine bevatten en daarom geen "glutenallergie" kunnen veroorzaken.
  • Het anti-granen verhaal niet op feiten berust, integendeel!

(c) Maart 2013 - ing. Gerrit de Weerd

Meer over dit onderwerp: